WE METEN VOORTDUREND MET TWEE MATEN
Tot de grondslagen van onze samenleving behoort niet alleen
vrijheid van godsdienst, maar ook gelijkheid van godsdienst

   De huidige politieke onbeholpenheid in de omgang met de multicultu­rele samenleving valt niet los te zien van de levensbeschou­welijke Apart­heid die lang voor Nederland kenmerkend was. De erfenis van de verzui­ling leidt er voortdu­rend toe dat met twee maten wordt gemeten: wat van niet-moslims op grond van ooit verworven rechten wordt getolereerd, leidt ingeval van moslims tot luidkeels geprotesteer.
   Een kort overzicht van actuele wrijvingspunten mag dit verhelderen. De vrijheid van meningsuiting, vier weken geleden nog door alle politici hartstochtelijk verdedigd: Van Gogh en Grijs mochten Rosenmöller en Cliteur dood wensen, maar toen een sullige Brabantse bosimam door EO-grootin­qui­siteur Knevel na lang aanhouden een soortge­lij­ke wens uit de mond getrok­ken werd, was de de wereld van de Tweede Kamer te klein. Het nu bedreigde Kamerlid Wilders verklaar­de zelf nog recent nadat een Israëlisch moord­comman­do Hamas­leider Yassin - voor veel met de Pale­stijnse zaak sym­pathiserende moslim­jon­geren een verzets­held - tot ontplof­fing had ge­bracht, een gevoel van vreugde niet te kunnen onderdruk­ken. Ik zeg wat ik denk: wie is daarmee begonnen? Kortom: pot en ketel - alleen komen die doods­wensen nú natuurlijk wel erg dichtbij.
   Dan het horkerige optreden van de minister voor desintegratie. Een niet-familielid van het andere geslacht een hand geven: dat doen streng-orthodo­xe joden ook niet. Op zich wenselijke om­gangsvormen zijn niet met de wet afdwing­baar. Als Verdonks chef in het Midden-Oosten op bezoek gaat: kust en omhelst hij zijn gastheren dan ook tien maal innig, zoals ginds gebruik is, en wat zou mevrouw Balkenen­de daar dan van vinden?
   Ge­scheiden school­zwemmen: lessen lichamelijke opvoeding hebben - net als sportwed­strijden! - ook autoch­tone jongens en meisjes nog apart, en een principieel emanci­patorisch verschil tussen gymnastiek te land en te water zie ik niet. Het niet langer tolereren van islamitische discriminatie van vrouwen: wie doorbreekt dan het tolereren van de SGP? De dwang van hoofddoek­jes: in streng-reformatorische kring is een lange rok voor meisjes ook opge­legd. Het ene kledingsvoor­schrift is even willekeu­rig als het andere. Om over voorge­schreven mannenkeppel­tjes en vrouwenpruiken bij strengge­lo­vige joden te zwijgen. Kijk maar eens in Antwerpen rond, en nuanceer dan Uw antithese tussen islamiti­sche dwang en niet-islamitische vrije wil. Dat ligt altijd weer ingewikkelder dan gedacht.
   Tot de grondsla­gen van de westerse samenle­ving behoort niet alleen vrijheid van gods­dienst, maar ook gelijkheid van godsdienst, en dat bete­kent: wat de een mag, mag de ander eveneens. Dat geldt ook voor de vrijheid van onderwijs. Dat is iets wat Bart-Jan Spruyt van de Burkestich­ting niet begrijpt, die onverdraagzame calvinisten wil vrijwaren van de beperkende maatrege­len die hij voor onverdraagzame moslims in petto heeft, omdat dat de eersten hier al waren en de laatsten pas later zijn gekomen. Een argu­ment dat rond 1800 al ten behoeve van de achterstelling van katholieken werd gebruikt.
   Voorts de moskee: het gezeur over hoge minaretten herinnert aan het gezeur over hoge torens bij katholie­ke kerken in de negentiende eeuw. Tegenover de Arabische preek stond de Latijnse mis, tegenover de kaftan het priesterhabijt, en ook omtrent proces­sies en paaps bijgeloof was ook altijd wat te doen. A propos bijgeloof: het Reforma­tisch Dagblad schreef 17 november in een hoofdcommentaar nadruk­kelijk: "Dat Mohammed een valse profeet is en de paapse mis een vervloekte afgoderij, dat mag, ja dat moet gezegd worden". Zeker - maar dan mag, ja, dan moet het volgende óók gezegd worden: dat de redactie van het RD uit fundamentalis­ten bestaat, wier denken niet veel verschilt van dat van de mullahs in Tehe­ran.
   En, als meest pikant voorbeeld van meten-met-twee-maten: de besnijde­nis. Toen Hirsi Ali - terecht - de vrouwenbesnijdenis op de kaart zette, stond heel Nederland achter haar. Toen ze, met even terecht voorbijgaan van alle eeuwenlange tenen van overgevoelige inboorlingen, in het verleng­de daarvan ook de mannenbesnij­denis bekritiseerde, kwam dat haar op een Donnerpreek te staan en snelde CDA-fractieleider Maxime Verha­gen briesend de VVD-fractiekamer bin­nen: van de joden blijf je af.
   Maar zoveel principieel verschil is er niet, alleen een gradueel: in beide gevallen gaat het om een willekeurige, medisch niet-noodza­kelijke vermin­king waarmee de boreling op tribalisti­sche wijze ongevraagd voor het leven als groepslid wordt gemerkt. Het groepsrecht op culture­le eigenheid gaat hier kennelijk boven het individuele recht op lichame­lijke integriteit; Gods oncon­troleer­ba­re wil moet daarbij als legitimatie dienen. En als we het toch over de ouderlijke gezondheidszorgplicht hebben: hoe staat het dan met het weiger­en van de polio­prik? Levenslang gereformeerd verlamd komt harder aan dan een enkele te ferm uitgevallen islamitische tik.
   Kortom: door steeds dubieus gedrag van allochtone exoten op hysterische toon te gispen maar tegelijk dito gedrag van autochtone exoten te ontzien, bezondigt de Nederlandse politiek zich aan ongelijke behandeling, dat het gevoel van uitsluiting in moslimkring slechts versterkt. In Frankrijk kan men zich om uitwassen te voorkomen veel makkelijker op de leken­staat beroepen; omdat Nederland nog steeds door de erfenis van de Verzuiling wordt gegijzeld, is onze moge­lijkheid daartoe beperkt. Toen in Frankrijk de hoofddoekjes op school werden verboden, moest ook de dorpspastoor op school zijn jurk inwisselen voor een pak. Maar wie durft hier, om dan conse­quent te blijven, de gereformeerde rok of het keppeltje te verbieden?
   Zolang men dat niet wil of durft, dient men zich tot de werkelijke misstanden te beperken, om de moslims niet massaal van de rest van onze samenle­ving te vervreemden: tot zaken als vrou­wen­mishandeling en haatpredikende imams dus. Triviale uiterlijkheden dient men te laten rusten, want als men alles wat voor de ander vanzelfspre­kend is tegelijk aanvalt, werkt dat alleen maar averechts, en zal die ander zich meer aan zijn geloof en gebruiken vastklam­pen dan ooit. En dan zijn we nog verder van huis.

Thomas von der Dunk, 28 november 2004