WELKOM, MAAR ROZIG TEGENGELUID OVER ISLAM

   De boze reacties van CDA en VVD op het WRR-rapport Dynamiek in islami­tisch activisme zijn kenmerkend voor de toegenomen politieke contactgestoord­heid van het huidige kabinet. Net als minister Netelenbos tijdens Paars rapporten over Schiphol die haar niet van pas kwamen in een bureau­la liet verdwijnen, zo wordt nu de coalitietoorn over de boodschapper uitgestort. Het onver­mogen van de club van Balkenen­de om met onwelge­vallige kritiek om te gaan heeft Berlusco­ni-achtige proporties aange­nomen.
   Het kabinet zit steeds meer opgesloten in een eigen wereld die steeds minder met de werkelijk­heid daarbuiten heeft uit te staan. CDA-fractie­leider Maxime Verhagen probeert met de regel­maat van een haperende langspeel­plaat alle angst onder de eigen achterban voor de electorale gevol­gen van het kabi­nets­beleid te smoren met de mantra dat dat dan gewoon nog een beetje beter moet worden uitgelegd. En sinds de halve VVD zich geschaard heeft achter een minister die haar portefeuille integratie met haar vroegere baan van gevange­nis­directri­ce verwart, lijkt de daarmee ingezette jacht op de xenofobe kiezer de liberalen alle nuance uit het oog te doen verlie­zen.
   Ayaan Hirsi Ali gooide de remmen los door tot openlijke confrontatie op te roepen: wie in haar zwart-wit-schema grijstinten ontwaarde was tegen­over de nieuwe Hitlers een nieuwe Cham­berlain. De positie van Churchill reserveerde zij voor de VVD-leider die de strijd aandurfde met het islamiti­sche Kwaad, als belichaamd in Iran. Daarbij schijnt zij Verdonk in gedach­ten te hebben - de minister die slechts met de allergrootste moeite belet kon worden om homosexuele en christelij­ke vluchtelingen aan datzelfde Iran uit te leveren, en wier ambtena­ren de Syrische geheime dienst inzage in vertrouwelijke informatie hebben ver­schaft. Dat tegen deze achtergrond de WRR met een nuancerend tegen­geluid komt, is dan ook zeer wenselijk.
   Nu is het tegelijkertijd niet zo dat op dat WRR-geluid niets aan te merken valt. Het beeld alsof een miljard moslims voortdurend aan het samenzwe­ren zijn, wordt terecht tegensproken, maar het rapport is wel erg rozig van toon. Islam en democratie hoeven in beginsel misschien niet méér met elkaar onver­enigbaar zijn dan christendom en democra­tie, maar het is natuurlijk wel zo dat democratiën aan de overzijde van de Middel­eeuwse Zee een schaars artikel vormen. En dat in die halve en hele moslimthe­ocratieën de rech­ten en de vrijhe­den van de burgers, en met name die van vrouwen, met een beroep op de koran voortdurend worden geschon­den en beperkt. Ook al bestaat 'de islam' niet, veel moslims legitimeren hun maatschap­pelijke opvattin­gen wel net als veel christenen met een beroep op hun geloof. Ook is het aantal terroristen dat in de koran een legitimatie vindt momenteel wat groter dan het aantal dat met de bijbel in de hand hun medeburgers opblazen wil. Al bestaan die zeker ook, zie de aanslag in Oklaho­ma City een decennium terug.
   De WRR slaat met zijn pacificerend-sussende toon dus te ver naar de andere kant door, alsof ook de moeizame integratie alleen maar een kwestie van sociaal-economische, en niet van sociaal-culturele problemen zou zijn. In werkelijkheid is het uiteraard een ingewikkelde mix van beide, wat thans teveel wordt genegeerd. Politiek rechts voelt zich altijd onbehaaglijk zodra over sociaal-economi­sche verschillen wordt gepraat, omdat dan de morele juistheid van de bestaande bezitsverhoudin­gen ter discussie komt te staan. Omgekeerd heeft links het altijd moeilijk wanneer de nadruk op sociaal-culturele verschillen komt te liggen, omdat daardoor de schuld bij de migranten zelf wordt gelegd, en de economische oorzaken van achter­stand buiten schot blijven. Links heeft zeker te veel de neiging om te negeren dat ook het geloof een hindernis voor integratie kan vormen, omdat elk geloof nu eemaal eigen normen en waarden met zich mee­brengt, en aanpassing aan die van een nieuwe leefomgeving altijd een moeizaam, pijnlijk en tijdro­vend proces is.
   De rozigheid van het rapport strekt zich in dit opzicht ook uit tot het beeld dat van Hamas en Hezbol­lah wordt opgehan­gen. Die bestaan - hoe zou het bij de permanente vernedering van de Palestijnen ook anders kunnen - echt niet uit koorknapen van de zon­dagsschool. Het 'aanknopen van banden' gaat dan ook wat ver. Maar tegelijk heeft in het Midden-Oosten iedereen bloed aan zijn handen en is ook de stichting van Israel indertijd niet met het gebed­sboek in de hand alléén bereikt; zo is de huidige minister van Buiten­landse Zaken de dochter van een terrorist. Tegen die achtergrond heeft de WRR in één ding gewoon gelijk: de stupide reactie van het Westen op de zege van Hamas werkt averechts en drijft nog meer Arabie­ren in het radicale kamp.
   Hoezeer men het mag betreuren, en hoe moeizaam het ongetwijfeld zal gaan: ook Den Haag zal het feit onder ogen moeten zien dat Hamas demo­cra­tisch gekozen is en dus onvermijdelijk een gesprekspartner wordt. Bij de maatschappelijke Verelendung waarin een politiek van isoleren resulteert, hebben vooral Iran en Al-Qaeda baat. Europa komt dan ook niet on­der contacten uit als het wil dat er ginds ooit voort­gang wordt ge­boekt. En dat die voortgang eveneens in ons belang is, moge blijken uit de vele 'inspire­ren­de' videobeelden met Amerikaans of Israe­lisch wangedrag in de particu­liere collectie van Mohammed B.

Thomas von der Dunk, 13 april 2006