ARABISCH EERGEVOEL BELEMMERT DEMOCRATISERING

   Arie Elshout put voor het Midden-Oosten hoop uit Oost-Europa, waar de bevolking na de Val van de Muur immers ook veel massaler voor de westers-democratische idee bleek te kiezen dan de linkse kritiek op de Ameri­kaanse politiek tijdens de Koude Oorlog had doen vermoeden (Forum, 18 september). Bleek men niet ook hier, eindelijk in de gelegen­heid om te kiezen, niets liever te willen dan Het Rijk van het Kwaad van zich af te schudden om zich bij het tevoren verdoemde Westen aan te sluiten? Elshout: "Ongemerkt waren we steeds aan de winnende hand geweest", en vervolgens, de lijn naar het Midden-Oosten doortrekkend: "Is er toch een spoortje van licht". Het is juist deze misplaatste parallel, nog los van alle ravage die Bush cs. door hun onbe­houwen optreden in de praktijk aanrich­ten, waar­door elk krachtdadig Amerikaans democra­ti­se­ringsproject ginds bij voorbaat tot mislukken lijkt gedoemd.
   Het grote verschil is, dat Oost-Europa deel uitmaakt van de westerse beschaving, en het Midden-Oosten niet. Simpel gesteld: het Westen houdt dáár op, waar men een Amerikaanse invasie die een dictatuur terzijde schuift, niet meer als bevrij­ding, maar als bezetting ervaart.
   De Koude Oorlog was geen conflict met de onderdrukte Oost-Europese bevolking, maar met de onder­drukkende communistische regeringen. Die ontleenden hun macht volledig aan Moskou, dat als resultaat van de Tweede Wereld­oorlog Oost-Europa in de eigen invloedssfeer had weten te trekken. Op het moment dat, met Gorbatsjov, Moskou zijn handen van deze landen aftrok, was het met die regimes gedaan, bij de DDR zelfs met de hele staat. De bevolking immers wilde 'terug naar Europa', en dat vertaalde zich bij verkiezingen in regeringen die dit realiseerden - waarbij overigens de substantiële minderheid die zich uit angst voor de sociale bijwerking van de markteconomie aan het verleden bleef vastklam­pen, niet uit het oog moet worden verlo­ren. Dat speciaal in Polen en het Balticum van een uitgespro­ken prowesterse oriëntatie sprake was - wat zich gezien de behoef­te aan militaire veiligheid al snel vertaalt in een sterk Amerikaanse oriënta­tie -, is begrij­pe­lijk, tegen de achtergrond van de negatie­ve histori­sche ervaringen met de grote Russische buur, die nog regelmatig dreigende taal uitslaat en chantage niet schuwt.
   In Rusland zelf ligt de situatie al duidelijk anders; de hals-over-kop-introductie van de markteconomie bracht hier geen 'bloeiende landschap­pen', maar voor velen armoede en chaos, en bij het ontberen van enige rechtssta­telijke traditie resulteerde dat bij verkiezingen in een toene­mende roep om orde en staatsgezag. De macht van Poetin vaart daar wel bij, ook door handig gebruik van traditioneel-Russische antiwesterse sentimenten: wijd verbreide twijfels bij de pretentie van westerse onbaat­zuchtigheid als het om de democratische boodschap gaat. Zie Oekraïne.
   Dat geldt voor de islamitische wereld vanaf de Bosporus, die nooit deel van het Westen heeft uitgemaakt, in nog veel sterkere mate. Vrije verkie­zingen resulteren hier - van Algerije en Egypte tot Palestina en Irak - niet in een moderne democratie, maar in fundamentalisme. Westerse democrati­se­rings­pogingen kampen hier met een bijna onoverkomelijke drievoudige handi­cap, de in deze vorm in Oost-Europa niet bestond.
   Ten eerste met de (al dan niet terechte) perceptie van de westerse bemoeienis gedurende de afgelopen eeuw, waarbij het Westen lang uit ei­genbelang niet ge­schuwd heeft archaïsch-feodale of modern-dictatoriale regimes te steunen of zelf in het zadel te helpen: het grote westerse geloof­waardigheidsprobleem nu, nog los van de kwestie-Israël. De atoom­politiek van Iran, en de steun daaronder bij de bevolking, stoelt deels op de behoef­te als gelijkwaar­dige partner behandeld te worden, en niet meer neokoloni­aal als onmondig kind.
   Ten tweede met het feit dat westerse waarden in de ogen van veel Arabieren besmet zijn geraakt door de corruptie van hun eigen 'moderne' seculiere regimes - van Fatah tot de zelfzuchtige boevenbendes die Turkije regeerden tot het aan de macht komen van de islamisten. 'Westers' is daarmee gelijk komen te staan aan 'decadent'. Ha­mas, Hezbollah, Ahmadi­ne­jad ontlenen hun populariteit aan hun sociale politiek en het feit dat zij zichzelf niet zo ostenta­tief verrijken. Het door hen gepredikte morele reveil is daarmee voor de eigen bevolking geloofwaardig.
   En het derde, meest diepgewortelde probleem, is dat veel moslims ginds op grond van hun zelfbeeld en wereld­beeld weinig heil zien in werkelijke verwestersing, maar de propaganda daarvoor als een cultuur­imperi­alisti­sche aanval op hun vaak religieus gelegitimeerde levenswijze zien - die zij als even vanzelfsprekend beschou­wen als wij de onze.
   Eerbesef speelt daarbij een belangrijke rol. Tegen mogelijke winst aan wel­vaart door mentali­teits- en gedragsveran­de­ring op de lange termijn staat het risico van verlies aan aanzien op de korte termijn. Ook de meest geknechte Arabische man in de meest achterlij­ke Arabische dictatuur heeft nu immers nog één trotse zekerheid: dat hij in elk geval nog de tyran kan spelen over zijn vrouw. Dit veranderen is een proces dat genera­ties en daarmee veel kleine stapjes vergt. Bommen vormen een te grote stap.

Thomas von der Dunk, 18 september 2006