Waar de angst regeert

We zijn allemaal bang, laten we dat nu maar toegeven. Zo lang angst regeert, worden de malste argumenten uit de kast gehaald om de Steunverklaring niet te tekenen. Een fractieleider kan alleen tekenen na een partijbreed debat, dat door geheimhoudingsplicht onmogelijk is, stelde PvdA-er Han Noten (NRC 5 september). Alsof een partijleider ieder standpunt eerst partijbreed overlegt. Hij is juist gekozen om zelfstandig te oordelen en dat achteraf te desgevraagd te verantwoorden. Moeilijk is dat niet voor een regeringspartij, want het coalitieakkoord stelt: ‘Alle burgers die zich beschermd weten door de grondwettelijke vrijheden van ons land hebben ook de plicht die grondrechten zoals de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting, te verdedigen.’ Kunnen Noten en Tichelaar uitleggen waarom ze deze burgerplicht verzaken? Ook niet tekenen is een standpunt.

Dat Noten ‘geen goed gevoel’ krijgt bij de initiatiefnemers is totaal irrelevant, zoals Joost Zwagerman ook betoogde (Forum 11 september) Helemaal ten hemelschreiend is Noten’s hoofdargument: ‘We tekenen niet iets dat over geloof gaat, want wij zijn niet van het geloof. Wij zijn van de vrijheid van mensen om te geloven (of om niet te geloven) wat ze willen.’ Precies! Dat is de boodschap van de Steunverklaring. Tekenen dus! De verklaring spreekt zich niet over de Islam maar bepleit slechts het recht op geloofsvrijheid.

En wat te denken van het argument dat  ‘men niet in de Koran hoeft te geloven om tot geweld op te roepen’ (P.Jafari en B. Taebi, NRC 5 september). Nergens in de verklaring staat dat Islamieten daarop het monopolie hebben. De wereld zou bijkans een paradijs zijn als dat wel zo was. Regelrecht onder de gordel ten slotte zijn aantijgingen dat Jami zijn  mishandeling ‘uit de duim gezogen’ is en hij in zijn ‘bekeringswaanzin’, ‘veel gemeen’ heeft met Samir A. (Y. Azghari, Trouw 28 augustus).

Toch heb ik diep nagedacht voor ik de verklaring ondertekende. Sommige zinnen zouden de mijne niet zijn. Bijvoorbeeld dat ‘de moslims’ in Nederland geen geloofsvrijheid hebben. Sommige moslims geven elkaar die vrijheid wel, zoals gister ook bleek in de vreedzame ontmoeting van ex-moslims in een moskee. Ook vind ik de eis ‘dat Islamitische organisaties in Nederland (...) geweld tegen en intimidatie van afvalligen moeten veroordelen’ te ver gaan. Mogen Islamitische korfbalclubs zich niet tot korfbal beperken? Desgevraagd moeten ze zich tegen geweld uitspreken, maar laat ze verder gewoon korfballen.

Het Steuncomitee wilde terecht geen tekstuele wijzigingen. Wogen mijn tekstuele bezwaren zo zwaar dat ik mijn burgerplicht om godsdienstvrijheid te verdedigen moest verzaken?  Nee. Als iedereen zijn eigen denkraam te genuanceerd vindt voor een club, wordt politieke organisatie onmogelijk.

Echt moeilijk had ik het met mogelijke effecten van zo’n verklaring. Ik zie er drie: 1. Radicale moslims worden nog radicaler omdat je hen aanvalt. 2. Gematigde moslims worden radicaal omdat ze zich als moslim alweer afgewezen voelen en 3. Openlijk- afvallige moslims voelen zich gesteund door publieke adhesie aan hun grondrechten.  Dat laatste is nodig en belangrijk, dat betwist niemand, ook Jafari en Taebi niet. Zij willen alleen niet zo openlijk ex-moslim zijn omdat zij ‘liever geen muren optrekken’ tussen henzelf en hun omgeving. Wat ze blijkbaar met openlijke steunverklaring wel zouden doen. Tegenover de burgerplicht om de grondrechten van afvalligen te steunen staan de genoemde risico’s op polarisatie en radicalisering. Die zijn reëel, onuitwisbaar en beangstigend. Temeer daar migranten met een moslimsachtergrond al zo vaak in de hoek worden gezet. 

Moslims steunen in hun emancipatie en ‘de boel bij  elkaar houden’ zijn inderdaad urgent, maar – anders dan Maarten Doorman betoogt (Forum 8 september) - geen argument tegen de steunverklaring. Het gaat hier helemaal niet om (ex)moslims versus autochtonen. Het gaat om bescherming van een minderheid binnen de moslimgemeenschap zelf, namelijk mensen die geloofsvrijheid verlangen. Polariserend is het juist om hier een  tegenstelling tussen allochtonen en autochtonen van te maken.

Ook de vrees voor radicalisering door publieke agendering van geloofsvrijheid deel ik. Maar ik vrees ook radicalisering door het onthouden van een handtekening. Radicalen kunnen eruit concluderen dat niemand ze tegenhoudt als ze afvalligen met de dood bedreigen. Bovendien: naarmate we het gevaar radicalisering door aandacht voor afvalligheid groter achten, groeit ook onze plicht om de eerste slachtoffers daarvan, afvalligen, te steunen.

Drie stellingen heeft niemand de afgelopen weken onderuit gehaald: 1.Afvalligheid is een fundamenteel grondrecht, 2. Er zijn in Nederland moslims wier grondrechten op dit punt geschonden worden. 3. Verdedigen van grondrechten is een burgerplicht. Deze stellingen vormen het fundament onder mijn handtekening.

Evelien Tonkens, Volkskrant 12 september 2007