Ex-moslims verdienen onze steun

Joost Zwagerman, De Volkskrant, 11 september 2007

 

Ehsan Jami ken ik niet persoonlijk en of er een entourage rond zijn persoon bestaat, heeft niet direct mijn belangstelling.  Als ik afga op zijn uitspraken, lijkt de 22-jarige Jami mij  soms erg wispelturig en onbesuisd.  Geen groot tacticus, en weinig empathie voor andermans standpunten.
Deze indrukken van de persoon Jami spelen geen rol bij mijn ondertekening van de Steunverklaring bij de oprichting van het Comité van ex-moslims.  Het doet namelijk niet ter zake wat ik vind van Ehsan Jami en zijn uitspraken.
Op basis van zijn in niet mis te verstane bewoordingen geuite afvalligheid is Jami tientallen keren met de dood bedreigd en is hij op straat gemolesteerd. Tegen die bedreigingen moet protest aangetekend worden, blijvend en dwingend. Tot het recht op vrijheid van geloof hoort ook het recht op het afscheid nemen van een geloof. De manier waarop iemand dat afscheid kenbaar maakt,  met goede  of slechte smaak,  is zijn  zaak.  Slechte smaak is niet strafbaar, ook niet in relatie tot geloofsafval;  iemand met de dood bedreigen of molesteren is dat wel.  Dat is de kwintessens van de Steunverklaring, en al het andere is ruis.
Een groot pluspunt is dat de mensen  die die Steunverklaring   hebben opgesteld,  van sterk uiteenlopende politieke signatuur zijn.  Zo zijn én de prominente PvdA’er Jos de Beus én de neoconservatieve PvdA-criticaster Afshin Ellian lid van het steuncomité.   De Beus benadrukte terecht dat het betuigen van steun aan  het recht op geloofsafval  ‘dwars door partijpolitiek heen’ gaat.  Sommige linkse politici hebben dit gelukkig beaamd.  Hoewel zij de steunverklaring niet heeft getekend,  zei Femke Halsema  dat zij ‘waar nodig het recht van geloofsafvalligheid zal verdedigen, zoals ik ook Ehsan Jami heb verdedigd en zal blijven verdedigen. Jami mag hard en shockerend zijn emoties en opvattingen over het voetlicht brengen.’
Cruciaal is dat Halsema benadrukt dat Jami het recht heeft zich uit te laten zoals hij doet. Dat betekent niet dat zij  applaudisseert voor zijn spreekstijl en woordkeus. Dat hoeft ook niet.  Wie van zijn geloof valt, hoeft daarvoor geen diploma te halen. Toch verlangen  sommige lelieblanke publicisten hier te lande, dat je, als je moslim bent en met je geloof wilt breken, op kousenvoeten en knipmessend voor de profeet je geloof uitsluipt. 
Nederlandse schrijvers en cabaretiers, van Maarten ’t Hart, Rudy Kousbroek en Jan Wolkers tot Neerlands Hoop, Hans Teeuwen en Vincent Bijlo, hebben zich scherp uitgelaten over de volgens hen onnavolgbare wreedheid van (de oudtestamentische) God, de vermeende halfzachtheid van Jezus en de dwingelandij  van Nederlandse  dominees.  Geen van hen is  om die reden ooit door orthodoxe christenen met de dood bedreigd.  Niemand kan mij uitleggen waarom  zij wel het recht hebben te zeggen dat de God van het Oude Testament een wrede tiran is, terwijl Ehsan Jami, die woordelijk hetzelfde zegt over Allah uit de Koran, daartoe kennelijk het recht niet heeft. 

 

Onlangs keerde ik mij tegen de bewering in de NRC  van publicist J.A.A. van Doorn dat de mishandeling van Ehsan Jami een kwestie is van eigen schuld, dikke bult.  ‘Wie kaatst, kan de bal verwachten’,  schreef Van Doorn.  Had die  ijdele en publiciteitsgeile  Jami zijn toon maar moeten matigen.  Ook NRC-columnist Frits Abrahams kapittelde de kennelijke ijdelheid van Jami en begon   over het matigen van je toon. Juist uit de mond van  Abrahams is dat hypocriet, betoogde ik, want zelf schreef  hij twee jaar geleden over God als Geile Beer, die zich verlustigt in kinderlijkjes.  Hij bedoelde dat geestig, waarvan akte.
    Stel dat iemand Abrahams vanwege die zin uit zijn column toen in elkaar had geslagen, hadden mensen als Van Doorn dan ook gezegd: wie kaatst, kan de bal verwachten?  Diezelfde Abrahams vindt intussen dat mensen als Hirsi Ali en Jami hun toon  moeten matigen. Wat hijzelf over God mag zeggen, kunnen anderen dus maar beter niet over Allah zeggen, daar komt het op neer.
Nu volgt er iets heel raars. Ik kritiseerde de publicisten Van Doorn en Abrahams. Vervolgens vroeg hoogleraar journalistieke kritiek Maarten Doorman zich  af waarom ik het heb gemunt op zulke ‘zwakke tegenstanders’ (Forum, 8 september), waarmee hij  de Nederlandse moslims bedoelt. Huh? Uit welke hoge hoed die  moslims komen, is me een raadsel. Misschien denkt Doorman dat Frits Abrahams en J.A.A. van Doorn moslim zijn. 
       Zo onwetend zou  hij best kunnen zijn, want veel van wat zich in Nederland rond kritische moslims afspeelt, lijkt hem  te zijn ontgaan. Zo vergelijkt hij de publiciteit over de bedreigingen aan het adres van Jami met de kwestie Oude Pekela uit 1987.  Dat dorp was  toen in rep en roer want een pedofiele clown zou daar kinderen  misbruiken.  Het bleek een door de media aangejaagde hype; die clown bestond helemaal niet. Zo is het ook met de kwestie rond Jami en geloofsafval, betoogt Doorman.    Evenmin als toen die clown bestond, bestaan hier nu reële doodsbedreigers van afvallige of kritische moslims.
Je vraagt je af in welk parallel universum de hoogleraar  de laatste jaren heeft geleefd. Heeft hij wel eens gehoord van ene Hirsi Ali, die zich afvallig verklaarde en  vervolgens op een dodenlijst kwam te staan en maximale bewaking kreeg van de DKDB? Is Doorman bekend met ene Mohammed B., moordenaar van een filmer genaamd Van Gogh?  Om Doorman bij te praten: problemen in de privé-sfeer vormden niet het motief van Mohammed B. Uit de brief die Mohammed B. achterliet op het lichaam van Van Gogh kon worden opgemaakt dat Hirsi Ali zijn eerste doelwit was, maar dat zij te goed beveiligd was.  Anders was zíj het geweest van wie hij de keel had doorgesneden.
Met de Steunverklaring aan het Comité van ex-moslims trillen  allerlei andere heikele kwesties van recente bedreigingen aan  moslims en ex-moslims mee, kwesties die Doorman blijkbaar zijn ontgaan.
       In 2005 werd  Rachid Ben Ali bij herhaling bedreigd nadat het Cobramuseum  een aantal van zijn schilderijen had geëxposeerd. Met sommige daarvan  wilde  hij een discussie losmaken over extremisme binnen de islam. Tegen zijn zin kreeg  hij geruime tijd 24-uursbewaking.  In datzelfde jaar zag de toen 21-jarige studente aan de kunstacademie Hasna El Maroudi zich genoodzaakt haar column in de NRC te staken.  Op internet circuleerden doodsbedreigingen aan haar adres, en op straat werd zij bespuugd en uitgescholden na een kritische column  over de Arabische cultuur in relatie tot de Berbercultuur.
     Schrijfster Naima el Bezaz werd vorig jaar bedreigd naar aanleiding van enkele vrijmoedige passages in haar roman Minnares van de duivel die,  in de beleving van de bedreigers, blasfemisch waren.  Op internetfora werd opgeroepen haar zo snel mogelijk   naast Theo van Gogh te laten liggen. El Bezaz annuleerde optredens  en zocht  de anonimiteit op, in de hoop dat de bedreigingen zouden afnemen.
      In de NRC schrijft sinds kort  een jonge columniste met moslimachtergrond over haar afvalligheid. Dat doet ze noodgedwongen anoniem, om redenen die iedereen, behalve dus Maarten Doorman, zal begrijpen.
      Het zal je maar gebeuren; je bent een Nederlands-Marokkaanse kunstenaar, schrijver, columniste of gewoon iemand die worstelt met wat het betekent dat je volgens de islamitische leerstelling moslim van geboorte bent én moet blijven;  je wordt  met de dood bedreigd vanwege je schilderijen, je boek of je afvalligheid, en dan komt er   een hoogleraar journalistieke kritiek onder een steen vandaan die jou natrapt door die doodsbedreigingen simpelweg te ontkennen en  te vergelijken met een niet-bestaande pedofiele clown uit een  Gronings dorp. Over kwetsen  gesproken.
       Elders maakt deze zelfde Maarten Doorman zich bezorgd over het belabberde niveau van het Nederlandse onderwijs. Daar moet verandering in komen, aldus de hoogleraar. Dat is  lovenswaardig, maar in de discussie omtrent geloofsvrijheid en multicultuur had Doorman er goed aan gedaan zichzelf een bijspijkercursus of duchtige remedial teaching  te gunnen. 
       Om het Doorman nog even duidelijk te maken:  Wie de Steunverklaring aan het Comité van ex-moslims ondertekent, spreekt zich daarmee niet uit tegen de islam als zodanig, hoeveel Afshin Ellians diezelfde verklaring ook mede ondertekenen. Het is zoals Jos de Beus zei:  ‘Ik wil één simpel punt maken: iedereen moet kunnen geloven wat hij wil, en iedereen die wil stoppen, moet dat vrij en veilig kunnen doen. Ik vind dat geen speeltje van neoconservatieven.’  Nu maar hopen dat deze even eenvoudige als essentiële uitspraak Maarten Doorman niet boven de pet gaat. 

Joost Zwagerman is schrijver.