DEEL III
IN HEMELSNAAM

Wetenschappelijke kennis is afstandelijke kennis.  De wetenschapper wil afstand nemen van het dagelijkse gewoel, en van persoonlijke,  commerciële en maatschappelijke belangen, om zicht te krijgen op de waarheid.  Het gevaar is dat die afstandelijkheid te groot is, dat je als wetenschapper te ver af komt te staan van je eigen positie in de samenleving.  Wetenschappers kunnen wereldvreemd zijn.  
De vraag die mij bezig houdt is hoe wetenschappelijke kennis doorleefde kennis kan worden, hoe ik wat kan met al mijn kennis in het dagelijkse leven, en hoe ik duidelijk kan maken dat het die praktische betekenis heeft.  Eén manier is om het denken steeds weer te betrekken op concrete situaties, op situaties waar je zelf mee te maken hebt.  Een andere manier is het anders denken toe te passen op actuele vraagstukken.  Dat heb ik laten zien in de voorafgaande vier hoofdstukken.  Nu wil ik laten zien wat er mee gebeurt in preken.
 Een preek is anders, anders in ieder geval dan een essay of een wetenschappelijke verhandeling.  Een preek wil een tekst uitlichten om iets te laten ontstaan. Een preek wil een spiegel zijn om iets dat groter is voor te spiegelen.  In een preek gaat het meer om waarachtigheid dan om de waarheid.  Een preek wil inspireren.
Dat economen preken is overigens niet zo merkwaardig als het lijkt.  Lans Bovenberg, een vooraanstaand Nederlands econoom, gaf te kennen over enige jaren dominee te willen worden.   In de negentiende eeuw toen de economische wetenschap opkwam waren het vooral dominees die zich ermee inlieten.  Hun denken staat dan ook voor dezelfde traditie die ik hier voortzet.  Het profane kan niet los staan van het sacrale.  Verliezen we door onze preoccupatie met het profane het sacrale uit het oog, dan is het zaak om de balans te herstellen.  Vandaar ook de titel van dit boek.
In dit deel wil ik het in hemelsnaam waar maken.  Door middel van preken dus.  Want nu gaat het niet zozeer om het verstandelijke, het beschouwelijke, maar om het doorleefde, om het besef dat alles wat wij hier doen betekenis krijgt in het licht van iets dat groter is. 
Het is zeker niet de bedoeling om met een vermanende vinger te spreken. Zie deze en de volgende preek alstublieft eerder als een uitnodiging om te onderzoeken wat het denken met waarden, de oikos en de hemel kan betekenen voor waarachtige rechtvaardigheid en liefde.

 

HOOFDSTUK 12
HANDELEN VANUIT OVERTUIGING

 

Prelude
Eerder gaf ik een reeks colleges over God en economie.  Dat inspireerde tot de keus van het thema voor vandaag: God en economie.  Het sacrale en het profane lijken op gespannen voet te staan.  Valt de alledaagse economie wel te rijmen met de boodschap zoals deze in de bijbel tot ons komt?  Klopt ons dagelijks handelen in ons werk, in de winkel en op de markt wel met de christelijke principes van liefde, erbarmen en gerechtigheid?  Daarover gaat deze preek.
 

“Mag ik een onsje rosbief van u?” 
“Natuurlijk, mag het ietsje meer zijn?”
“Dat is goed. “
“Dank u.”
“Alstublieft.”

Deze alledaagse interactie is oh zo vertrouwd.  En oh zo beleefd.  Toch zou de winkelier, degene die dat onsje rosbief klaarmaakt en aanreikt, gek opkijken wanneer de ander doodleuk met het onsje rosbief wegloopt.  Hij zal zeker roepen dat de ander nog dient te betalen.  Het antwoord dat de ander er toch beleefd om gevraagd heeft, voldoet niet.  In de winkel geldt nu eenmaal een andere code dan thuis.  Thuis vraag je om iets, en als je het krijgt volstaat een “dank je wel.”  En zelfs dat is niet altijd nodig. In de winkel geldt het voor wat, hoort wat.
            Dat geldt ook voor ons verdiende loon.  “Zou je even wat voor me willen doen?”  “Natuurlijk, hoe kan ik je helpen?”  Een vriendelijk “dank je” volstaat.  Tenzij de relatie zakelijk is natuurlijk.  In dat geval komt de uitgestoken hand, of de rekening. 
De neef die kunstenaar was, wilde best helpen met het beschilderen van de muren van het nieuwe restaurant.   Hij vond het een leuke uitdaging.  Na een week werken was hij klaar.  En zijn nicht, de eigenaresse van het restaurant was dik tevreden—totdat ze de gepeperde rekening kreeg.  De familie sprak er schande van.  Dat doe je toch niet wanneer je iets voor de familie doet?  Ook het argument dat hij van dit werk moest leven, kon de nare smaak niet wegnemen.  De verontwaardiging werd alleen maar groter toen bleek dat hij voor een bedrijf een gelijksoortige muurschildering had gemaakt tegen een scherp gereduceerd tarief.  Volgens de kunstenaar was dat omdat hij daarmee meer opdrachten dacht te kunnen krijgen.  Het mocht niet baten.  Hij had het verbruid.

Wanneer kerken de aandacht richten op de economie, dan gaat het over armoede, het milieu en dat soort zaken.  Daar zijn we gauw uit.  Daar heb je de tekst van Genesis niet voor nodig.  We weten best dat de aarde ons gegeven is, en dat we goed voor haar dienen te zorgen.  Al ware het om lijfsbehoud, om het overleven van de mensheid, zorg voor het milieu is geboden.  En dat de armen niet aan hun lot overgelaten mogen worden, begrijpen de meeste mensen gelukkig ook zonder dat iemand met de bijbel dient te zwaaien.  Goed, onze samenleving verhardt wat, en de normen van de zorg worden strenger, maar het gaat hier vooral om een andere filosofie hoe we de armoede het beste te lijf kunnen gaan.  De huidige filosofie predikt de deugden van de markt en wil de verantwoordelijkheid bij de mensen zelf leggen, in plaats van bij de staat.  De markt werkt beter, zegt iemand als Zalm; in de markt maken mensen meer kans om zich aan hun armoede te onttrekken.  Misschien heeft hij gelijk..  Misschien ook niet.  Maar begrijp deze filosofie goed: ook zij is begaan met de armen.  Alleen de aanpak is anders.
Ik wil nu eens voorbijgaan aan die grote onderwerpen van het milieu en de armoede, om met u stil te staan bij het alledaagse, bij het alledaagse handelen in de markt, bij ons verdiende loon.  Hoe doet u dat, iedere dag weer.  In welk besef, met welke bedoeling?  Kunnen we de hand Gods herkennen in de dagelijkse transacties?  Rijmen die wel met Zijn boodschap van de liefde, van menselijke waardigheid? 

De man had er 45 jaar opzitten bij het bedrijf.  Het was zijn laatste dag.  Hij was benieuwd wat die brengen zou.  Zouden zijn collega’s iets speciaals georganiseerd hebben?  Zou de baas die recent aangesteld was, hem een  gouden horloge of zoiets geven?  Het einde van de dag naderde.  Er gebeurde niets.  Vlak voor vijven kreeg hij te horen dat de baas wilde dat hij even langs zou komen.  Zou dat het zijn?  Gespannen stapte hij het kantoor binnen.  De baas was bezig.  Na een paar lange minuten keek hij op.  “Oh ja, dat ben jij.  Laat me eens kijken.  Dit is je laatste dag.  Wil je dit formulier even ondertekenen.  Okay, bedankt.  Zeg, het beste, hè.  Hij gaf nog een hand, en ging weer door met zijn werk.
Er wordt genoeg gehandeld in de bijbel.  En  er wordt volop gewerkt voor een loon.  Met de hand op de bijbel zijn die dagelijkse transacties dus niet te veroordelen.  Maar helemaal lekker zitten ze ook weer niet.  Een puur zakelijke transactie heeft iets onaangenaams, iets immoreels, zou ik willen zeggen, want ze is in strijd met hoe we ons als mensen tot elkaar willen verhouden, als mensen die God naar Zijn beeld heeft geschapen.  Hoe herken ik de ander wanneer de zakelijke transactie tussen beide komt? 
Het is verleidelijk om nu met de stevige predikers van weleer mee te gaan en te fulmineren tegen het winstbejag, de bezetenheid met geld, de aanbidding van het gouden kalf en de verloedering van de vermaakindustrie.  We zouden kunnen ageren tegen de mantra van de markt die vandaag de dag zo overheerst, tegen de dwang van de keuze vrijheid die de zogenaamd vrije markt ons biedt.  (Wordt u ook zo gek van al de aanbiedingen die op u af komen?  Van de keuzes waar voor u onbekende telefonie en energie bedrijven u mee confronteren?  Vindt u het ook zo heerlijk wanneer eens voor u gekozen wordt?   Laatst was ik in een restaurant zonder menu; ik kon kiezen tussen vlees en vis en de kok deed de rest.  Heerlijk vond ik dat.  Als nu ook eens iemand ging bepalen bij wie ik welke energie zou moeten kopen.  Dat zou eens bevrijdend zijn.  Maar dat terzijde.)
Ik ben teveel econoom om in die veroordeling mee te gaan.  Jezus mocht de wisselaars dan de tempel uitgegooid hebben, daarmee veroordeelde hij hun handelen niet.  Het probleem was eerder de plek waar ze hun handel dreven.  Adam Smith, de achttiende eeuwse morele filosoof, ging tegen de zedenpredikers van zijn tijd in door erop te wijzen dat in een moderne samenleving mensen niet buiten de markt omkunnen.  We zijn te afhankelijk geworden van de hulp van velen, van schoenmakers, bakkers, vissers, naaisters, boekhouders en ga zo maar voort, om ons te kunnen bepalen bij de diensten van vrienden en familieleden alleen,  Het is een kwestie van prudentie, zo betoogde Smith, dat wij een beroep doen op het belang van de ander, en hem geve wat hij wilt, zodat wij verkrijgen wat wij willen.
De baas van zo-even zou zich nu kunnen beroepen op Smith.  Hij zou kunnen zeggen dat de man die met pensioen ging een zakelijke verhouding had met de zaak.  Hij was goed betaald voor zijn diensten, dus wat wilde hij nog meer?   U rilt.  Terecht. 
Zo bedoelde Smith, de Schotse morele filosoof het ook weer niet.  Mensen hebben morele gevoelens, zo benadrukte hij elders, en die hebben te maken met ons inlevingsvermogen, met onze empathie.  Daarom voelt u mee met de man op zijn laatste dag; daarom voelt u zijn pijn, de bijna misselijk makende teleurstelling aan het einde van de dag en daarom kunt u de baas ik weet niet wat aandoen.  Wat een onrecht.  Daarom meende Smith dat een markttransactie alleen moreel te verteren is wanneer ze ingebed is in een menselijke samenleving met relaties die menswaardig zijn.
Daarom vragen we vriendelijk om een onsje rosbief en danken we net zo vriendelijk als we haar in ontvangst nemen, en daarom verwachten we bij ons pensioen een hartelijk en welgemeend afscheid, met een traan of twee, een flinke bos bloemen en veel mooie woorden.  Ook al is er goed betaald. 
Die betaling is het gevaar.  Het loopt verkeerd als het daar om te doen is.  Als mensen louter en alleen werken om het geld; als zij handelen met de ander louter en alleen bedoeld is om het eigengewin, zonder gevoel, zonder empathie voor de ander, dan gaan zij voorbij aan dat wat ons tot mensen maakt, aan het beeld van God.  De ander is niet louter een instrument. 
Het geld verleidt.  Ik betrap mezelf er steeds weer op dat ik me erdoor kan laten leiden en bepalen.  Laatst duldde ik een onzinnige sessie, een pure tijdsverspilling, omdat ik er goed voor betaald werd.  Ik hield er redelijk wat geld aan over, maar ook een slecht gevoel.  Hoe kunnen we de verleiding van het geld weerstaan?
Een geïnspireerd manager bij een ideële instelling deed mij onlangs een goede suggestie.  “Bij ons”, zo vertelde hij, “is geld aan de rand en niet in het midden.”  Met dat beeld kan ik wel wat.  Goede managers zijn daar duidelijk in.    Neem de baas van een bekend familie bedrijf.  “Bij ons gaat het om de mensen, om het onderlinge vertrouwen”, zo vertelde hij me een paar dagen geleden.  “Komen onze mensen tot hun recht in dit bedrijf, dan komen de resultaten vanzelf.”  Ik wilde hem graag geloven.  
Dat de kleine kruidenier bij mij in de buurt naar die intentie handelt, ervaar ik iedere keer wanneer ik bij hem in de winkel kom.  Die man werkt met liefde, met liefde voor het kruideniersschap, met liefde voor zijn medewerkers, en met alle respect en welgemeende belangstelling voor zijn klanten.  Voor iedereen heeft hij een goed woord—waar haalt de man de energie vandaan, vraag ik me wel eens af.  Het is een genot om bij hem te winkelen.  Met plezier betaal ik het ietsje meer.
Handelen in liefde kan.  Dat is handelen vanuit de overtuiging van God’s aanwezigheid in alles, dus ook het handelen in de markt.
Hoe zit het dan met het verhaal van de baas van wijngaard die de mensen die maar een paar uurtjes hebben gewerkt evenveel betaalt als de mensen die de gehele dag voor hem hebben gewerkt.  Dat is toch onrechtvaardig?  De parabel zorgt voor veel verwarring want ze is in strijd met het moderne rechtvaardigheidsgevoel.  “Gelijke monniken, gelijke kappen”, zegt die ons.  “geen discriminatie dus, geen onderscheid des persoon.”  Deze baas trekt een groep arbeiders voor, en dat is onrechtvaardig.  Althans dat is het wanneer rechtvaardigheid in regels bestaat en keurig afgemeten wordt.  Dat is de rechtvaardigheid die kinderen maar al te goed begrijpen.  “Hij heeft een klein beetje meer—dat is niet eerlijk.  Dan wil ik ook een klein beetje meer.” 
Maar dit is niet de rechtvaardigheid waar Jezus op doelt.  Zijn rechtvaardigheid vraagt om aandacht voor de ander, om empathie met de ander.  Zijn heer des huize wil recht doen aan de degene die laatst waren die dag.  Hij kent hun nood en geeft hen wat zij nodig hebben.  Zoals ouders het ene kind meer kunnen geven dan de ander omdat zij dat naar hun oordeel nodig heeft.  Zo handelen is niet onrechtvaardig maar liefdevol.  De heer des huize doet daarmee een beroep op de eerste groep arbeiders om zich in te leven in de laatste groep.  Hoe hadden zij het gehad willen hebben?  
In een wereld die stijf staat van de regels en contracten, komt liefdevol handelen in de knel.  Het mag niet want het is toch ontrechtvaardig.  Volgens de regels dan.  Jezus heeft lak aan regels wanneer ze geen recht doen.  Hij inspireert ons waarachtig te zijn, oog te hebben voor de ander, en altijd te beseffen dat er iets meer is dan het hier en nu, dan het om meer gaat dan het geld dat we verdienen en het geld dat we moeten betalen.  Geld is de rand; in het midden staat iets wat veel groter is. 
Niet dat daar naar leven gemakkelijk is.  Oh nee, laten we ons niets wijs maken.  Maar met het vertrouwen dat God ons gegeven heeft, willen wij handelen in de naam van Zijn liefde.  Laat die liefde onze leidraad zijn, of het nu gaat om de dreiging die ons nu zo in verwarring brengt, of om het dagelijks handelen op het werk, in de winkel en op de markt.  Handel in overtuiging.  Het kan, het moet. In hemels naam.

 

 

Deze preek hield ik in de Paulus kerk in Rotterdam op 7 november 2004. De tekst was Mattheus 20: 1-16, de gelijkenis van de wijngaard (waarin de eigenaar van een wijngaard alle werknemers evenveel betaalt ongeacht de hoeveelheid uren die ze gewerkt hebben.)