Ik kan me nauwelijks voorstellen dat er mensen zijn in Nederland, afgezien van orthodoxe moslims, die het recht op vrijheid van levensbeschouwing, op geloof en ongeloof, willen betwisten. Dat recht is niet zomaar uit de hemel komen vallen. Er is in Nederland voor gestreden en gevochten.

Voor sommigen lijkt dan de noodzaak van een apart steuncomité voor ex-moslims anno 2007 niet duidelijk. Officieel vallen we immers allemaal onder dezelfde Grondwet, waarin de vrijheid van levensbeschouwing zo goed is geregeld. De praktijk is een ander verhaal. Afgezien van een kleine elite van moslims die het geluk hebben thuis opgegroeid te zijn in openheid van geest, en in een materiële welvaart die toestaat geen rekening te hoeven houden met wat 'de anderen' vinden, geldt voor de meeste moslims dat het afvallen van de islam riskant is. Zij lopen een verhoogd risico om blootgesteld te worden aan lichamelijk en psychisch geweld.

Mensen die beweren dat afvalligheid geen probleem is voor moslims in Nederland, zijn niet geloofwaardig. Zijn er ex-moslims die publiekelijk hun afvalligheid bekend hebben gemaakt zonder probleem? Misschien behoren ze tot deze kleine elite?

De laatste dagen hoorde ik zeggen dat het niet nodig is voor ex-moslims om hun afvalligheid publiekelijk bekend te maken. Men wil dat ex-moslims hun ongeloof stiekem en in stilte belijden. Dit begrijp ik niet. Mensen die geloven mogen het van de daken (en de minaretten) schreeuwen. In woord, in baard, in hoofddoek en in boerka vertellen ze dat ze trots zijn op hun keuze. Via (gesubsidieerde) omroepen, internet, scholen en organisaties kunnen gelovigen zich manifesteren. Ook mensen die zich bekeren tot de islam mogen het geloof loven zoveel ze willen. Maar uittreders moeten hun mond houden?

Van mij hoeven moslims niet massaal uit te treden. Het is een uiterst persoonlijke keuze, die door anderen gerespecteerd dient te worden. Wie ervoor kiest kan rekenen op mijn steun. Ik hoop dat veel mensen ook hun steun betuigen aan ex-moslims, en de verklaring tekenen van het Steuncomité ex-moslims.

Net als alle andere rechten is het recht op afvalligheid niet bedoeld voor een elite, maar voor iedereen. Daarom is het nodig om ex-moslims te steunen en soms, indien nodig, te beschermen. Door de nadruk dat de laatste tijd gelegd wordt op het principe van vrijheid van geloof, is het nodig om ook de andere kant ervan onder de aandacht te brengen: de vrijheid van ongeloof.

Ehsan Jami ontving de laatste weken veel kritiek op de manier waarop hij afstand nam van zijn geloof. Toch, het is niet relevant welke toon Jami of welke andere ex-moslim dan ook aanslaat. Primair gaat het om het aantasten van de lichamelijke integriteit van burgers, alleen omdat ze geloven of juist niet geloven. Pas als die veiligheid voor iedereen is gegarandeerd kunnen we ons bezig gaan houden met de secondaire zaak van toon en aanpak. Zolang die veiligheid er niet is, lijkt iedere discussie over toon en aanpak slechts een manoeuvre om het werkelijke probleem te ontwijken of te ontlopen.

Voor zover ik weet heeft Ehsan Jami niemand gemolesteerd of mishandeld. Net zo min als alle andere islamdissidenten die bedreigd, mishandeld of vermoord zijn in heden en verleden. Wat hij verder gezegd zou hebben is zijn eigen keuze en mag slechts met argumenten worden beantwoord.

Doordat het steuncomité een verklaring wil uitbrengen met zoveel mogelijk handtekeningen, kunnen we met zijn allen laten zien dat we de vrijheid van levensbeschouwing nog steeds serieus nemen. Ik ben er van overtuigd dat alle politieke partijen dit recht onderschrijven, ook voor moslims.

Ik hoop vooral dat de fractievoorzitters van de politieke partijen de verklaring zullen ondertekenen. Hun achterbannen hebben het recht om te weten in hoeverre de leiders van hun partijen nog publiekelijk achter de grondrechtelijke verworvenheden, zoals vrijheid van geweten, staan.

Betekent dat ook dat niet ondertekenen kwalijk is? Ik verbaas me erover dat het voor sommige politieke partijen zo moeilijk is die verklaring te tekenen. Wat heeft het voor zin achter het recht op geloofsvrijheid te staan, als je dat in een situatie als deze – gezien wat er gebeurd is met Ehsan Jami – niet openlijk kan onderschrijven? Het gaat in niet om 'goed' of 'fout', maar om de vraag of de theorie van de Grondwet ook in de praktijk voor ons telt.