de Volkskrant, 7 februari 2005

De grote vergissing in het islamdebat

VVD-leider Van Aartsen en de AIVD menen dat de gematigde moslims het tij van het radicalisme kunnen keren. Zij koesteren een valse hoop betoogt Ewald Vervaet

Volgens VVD-fractievoorzitter Van Aartsen moeten liberalen van religies ‘uitsluitend de uitwassen bestrijden’. Daarin trekt hij dezelfde lijn als het recente AIVD-rapport over moslimterrorisme Van dawa tot jihad: gematigde moslims zouden de radicalisering van hun geloofsgenoten kunnen tegenhouden. Dit is echter de grote vergissing in het islamdebat.
Wie zijn gematigd en met hoevelen zijn ze? Stellig doelt men met ‘gematigde moslims’ niet op liberale moslims, want terecht stelt de AIVD dat de liberale islam een verwaarloosbare factor is: ‘Ook in het democratische Nederland spelen liberaal-islamitische stromingen nauwelijks een rol bij de politieke koersbepaling’. Deze constatering is van belang omdat veel democratisch en rechtsstatelijk gezinde niet-moslims hopen dat een grote groep liberale moslims hun kant zal kiezen indien de nood ooit aan de man mocht komen. Die groep bestaat niet!
Gezien het geringe aantal liberalen kunnen gematigde moslims alleen orthodoxen zijn. Meer dan 99 procent van alle moslims is dat. De soennieten onder hen tellen vier zogeheten rechtsscholen: hanifieten (waaronder de meeste Turken), malikieten (zoals de meeste Marokkanen), sjafiieten en hanbalieten. Ze zijn het eens over de dogma’s, maar niet over secundaire zaken als de vraag of een ongestelde vrouw een moskee mag binnengaan.
Het hanbalitisme, altijd al de meest radicale school, is in de 18de eeuw verder geradicaliseerd tot het wahhabitisme of fundamentalisme. Lang waren alleen Saoedi-Arabiërs hanbalieten, maar sinds de financiële ondersteuning door rijke Saoedi’s verspreidt het hanbalitisme zich elders, tot in Nederland.
De fundamentalistische islam is dus geen ontspoorde, principieel andere islam dan de meer gezonde orthodoxe islam – fundamentalisten zijn slechts heviger orthodox. Dat verklaart waarom niet-fundamentalisten (hanifieten, malikieten en sjafiieten) over de door niet-moslims afgekeurde daden van fundamentalisten (hanbalieten) bij voorkeur zwijgen. Ze zijn namelijk allemaal tegen een niet-islamitische staatsinrichting, maar de eersten dulden haar vooralsnog lijdzaam, terwijl de laatsten haar in woord (dawa) of in daad (jihad) bestrijden. Daarin erkennen ze elkaar als goed moslim omdat ieder op zijn manier Gods wil uitvoert - ‘islam’ betekent ‘overgave’, aan Gods wil: niet-fundamentalisten ondergaan de niet-islamitische staat als een beproeving door God, precies zoals fundamentalisten zich daartegen verzetten omdat God hen daartoe roept.
Ook kan een moslim op elk ogenblik naar een andere rechtsschool overstappen. Een gematigde moslim (hanifiet, malikiet of sjafiiet) kan dus ineens fundamentalist (hanbaliet) zijn. Iets dergelijks moet bij de ‘goed geïntegreerde’ Mohammed B. zijn gebeurd.
Het voorafgaande zou los staan van de democratische rechtsorde, als de orthodoxe islam daar niets over zou zeggen. Daar zitten twee dogma’s achter, waar – nogmaals – de drie niet-fundamentalistische rechtsscholen en de ene fundamentalistische het over eens zijn.
Allereerst is daar de predestinatieleer. De vrije wil is een illusie: God wil dat we handelen zoals we handelen en maakt dat we denken dat we dat zelf willen. Welnu, de vrije wil is het kernbegrip van de democratische rechtsorde: iemand beslist zelf of hij/zij een biertje neemt of niet; twee mensen gaan vrijwillig met elkaar een liefdesrelatie aan of niet, ook als ze een ander geloof aanhangen of van hetzelfde geslacht zijn; in een politieke beslissing sluiten de keuzen van kiezers en parlementariërs zich aaneen.
‘Daar gaan orthodoxe moslims vroeg of laat ook voor’, kan men tegenwerpen. Een ander dogma verhindert dat.
De korantekst zou altijd een eigenschap van de eeuwige God zijn geweest. Elke andere tekst is menselijk van aard en zou daarom ondergeschikt zijn aan de koran. Dat geldt ook voor democratische en rechtsstatelijke (grond)wetsbepalingen. Vandaar en op grond van de eenheid van kerk en staat kiest de orthodoxe islam voor de islamitische staatsinrichting. Vier voorbeelden:

     
De AIVD vraagt zich af of de democratische staatsinrichting als onislamitisch of als westers wordt afgewezen. Er kan geen twijfel bestaan over het antwoord: als onislamitisch. Orthodoxe schriftgeleerden vragen dan ook altijd: ‘Wilt u zich laten leiden door de wetten van God of door die van mensen?’. Ayaan Hirsi Ali’s vraag aan islamitische kinderen of ze Allah of de Nederlandse Grondwet zouden volgen in maatschappelijke aangelegenheden, sloeg dus de spijker op de kop en zou voor Wiegel en anderen geen aanleiding mogen zijn haar liberale gezindheid in twijfel te trekken.
Alleen liberale moslims gaan uit van de vrije wil en zien de koran niet als een eeuwige eigenschap van God, maar die zijn er nauwelijks. Mij althans is geen liberale koranschool, schriftgeleerde, moskee of imam bekend. En mochten ze er komen, dan zou dat ketterij of geloofsafval zijn en dus moorden door fundamentalistische orthodoxen uitlokken. Ayaan Hirsi Ali en anderen willen een islamitische Verlichting bevorderen, maar kunnen we die van orthodoxe moslims vragen als ze nog een Reformatie moeten doormaken? In het Westen heeft daar enkele eeuwen tussen gezeten!
Van Aartsen wil de orthodoxe islam scheiden van de fundamentalistische als uitwas en de orthodoxen tot bondgenoot maken in de strijd voor de democratische rechtsorde. Volgens de AIVD zou de orthodoxe islam zelfs kunnen fungeren als buffer tegen fundamentalisten (de Volkskrant, 23 december 2004). Daarmee stellen Van Aartsen en de AIVD zich op als brandweerlieden die zich menen te kunnen beschermen met kledingstukken van licht brandbaar materiaal. De orthodoxie is namelijk geen deel van de oplossing maar de kern van het probleem.

Ewald Vervaet is als natuurkundige en ontwikkelingspsycholoog verbonden aan de Stichting Histos te Amsterdam.